
6 pagina's leesplezier over deze unieke Saab 92, die ook acte de presence gaf tijdens het Saab Support Convoy:

Artikel: http://www.knac.nl/2010_nieuws/nov-dec_10_art1.htm" onclick="window.open(this.href);return false;
de Auto schreef:KLASSIEKER: SAAB 92 (1951)
TIJDMACHINE
Voorwielaandrijving met een dwars voorin geplaatste motor. Een Cw-waarde van 0,30. De brandstoftank midden tussen de achterwielen – de veiligste plaats denkbaar. Tegenwoordig niet zo bijzonder, maar in 1951 des te meer.
De 92 (productiestart 1949) is wat je krijgt als je vliegtuigingenieurs de opdracht geeft om een auto te ontwerpen. De ontwikkeling en productie van vliegtuigen was immers Saabs kernactiviteit sinds de oprichting in 1937 (het acroniem SAAB laat zich ook vertalen als Zweedse Vliegtuigen BV). Clement Maussen is Saab-man in hart en nieren en kan urenlang over Saab vertellen. Maar wat er alleen al over zijn 92, de eerste productieauto van Saab, te vertellen valt, past al niet in het kader van dit verhaal. ‘De auto heeft zelfs de indeling van een vliegtuig’, zegt hij. ‘Eerst de passagiers, dan de bagage (want die neem je in een vliegtuig ook mee naar binnen) en dan de brandstof. Er zit achterop alleen een tankdop, geen kofferklep. Je moet dus eerst de achterbank naar beneden halen om je spullen in te laden. Ook de accu ligt in de kofferruimte. Dat is een uitdaging als je eens starthulp nodig hebt – en dat kan zomaar gebeuren, want het 6-voltsysteem is niet heel robuust.’
Schone lei
Natuurlijk, de 92 is al zestig jaar oud, en dat zie je ook wel aan het ontwerp af. Maar het is meteen duidelijk hoe revolutionair deze auto was. Terwijl veel andere merken uit pure noodzaak met hun oude vooroorlogse repertoire verder moesten, begon Saab met een schone lei. In totaal werkten slechts vijftien mensen aan de ontwikkeling van de Saab 92, onder wie Sixten Sason, de designer die ook het gezicht bepaalde van andere grote Zweedse namen als Hasselblad, Husqvarna en Electrolux. Veel voorzieningen en technieken die in den beginne in de 92 werden toegepast, zijn op basis van de ervaringen van klanten veranderd en verbeterd. Clement: ‘Een goed voorbeeld is die kofferklep die Saab later in de achterzijde heeft gemaakt. Verder heeft deze 92 een koelsysteem volgens het eenvoudige thermosifon-principe, net als de T-Ford. Doordat heet water stijgt en koel water daalt, ontstaat er vanzelf een kringloop, zonder thermostaat of koelvin of iets dergelijks. In de praktijk loopt de 92 echter snel heet, mede doordat de radiateur achter de motor is geplaatst en niet in de rijwind.’ Op bepaalde details is de auto ontroerend simpel. Het elektrische systeem heeft maar twee zekeringen, en de achterlichten zijn ingekocht bij een toeleverancier die ze normaal aanbood als markeerlichten voor truckcabines. En de officiële presentatie van de eerste Saab-personenauto? Die vond gewoon plaats in de bedrijfskantine.
Originaliteit
De 92 is misschien wel het absolute hoogtepunt voor een Saab-liefhebber; als er één model is dat als blauwdruk kan dienen voor alles waar Saab voor staat, dan is het de 92 wel. Maar dik gezaaid zijn ze niet – tussen 1949 en 1956 zijn er 20.128 gebouwd – en als alle niet-originele en incomplete auto’s dan ook nog eens afvallen, wordt de spoeling nog dunner. In zijn acht (!) jaar durende zoektocht is hij dan ook het nodige tegengekomen. ‘Wat als 92 wordt aangeboden, is soms in werkelijkheid een omgebouwd exemplaar dat ooit een latere 93 was’, vertelt hij. ‘Mijn auto stond op een Saab-beurs in Zweden, voor een veel te hoge prijs. Ik had het telefoonnummer opgeslagen in mijn telefoon, en maar goed ook: het jaar erna stond de auto er weer. Deze 92 was al sinds pakweg 1970 in het bezit van een Ferrari-verzamelaar. De auto was toen compleet gerestaureerd en opnieuw gespoten; alles wat er toen nog aan vervangende rubbers en dergelijke te krijgen was, is er destijds in gegaan. Daarna heeft de man er echter nooit meer mee gereden. Zijn dochter had er nog even mee gestuurd toen ik de auto kwam kopen. Ze had nog bijna haar vader overgehaald om hem niet weg te doen!’
Zoals het hoort
Zo op papier is de 92 geen heel potente auto, maar als alleen het geluid een indicatie zou zijn, dan word je in elk geval op het verkeerde been gezet als het om gevoelsmatige snelheid gaat. Het typische tweetaktgeknetter – en dan ook nog eens een tweecilinder: elke slag is een arbeidsslag, en het motortje klimt razendsnel in toeren. Hoewel Clement het laat lijken alsof hij bijna elke dag de 92 pakt, bouwt hij bij het rijden stiekem toch de nodige marge in. ‘Hij danst wel een beetje op die diagonaalbandjes’, erkent hij met een glimlach.
Een solide basis
Elk modeljaar van de 92 bracht de nodige wijzigingen met zich mee, maar in 1954 krijgt de auto zo’n ingrijpende opknapbeurt dat Saab voortaan (intern) spreekt van de ‘92B’. De motor krijgt een kleine vermogensboost, de verwarming is stukken beter en het uiterlijk wordt bijgeschaafd, zodat de parkeerlichtjes nu een plaats krijgen in de koplampunits. In 1956 vormt de 92B de basis voor de 93, wiens nieuwe neus symbool staat voor de grotere driecilinder tweetaktmotor. De stationwagon 95 (1959) vult het gamma aan. De bloedlijn loopt door tot en met de 96, die in 1967 een viertakt V4-motor van Ford krijgt aangemeten. Ondanks de komst van de 99 blijft de 96 gewoon leverbaar. De laatste 96’s worden door Valmet in Finland gemaakt, en in januari 1980, ruim dertig jaar na het verschijnen van het basisontwerp en 730.000 auto’s later, valt het doek.

